De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Provinciaal reglement betreffende de subsidiëring van vergroeningsprojecten van schooldomeinen - investeringssubsidie

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2019140003 ”Duurzaam Limburg”
  • actieplan 2019140061 ”M.b.t. educatie voor duurzame ontwikkeling (EDO) verder expertise uitbouwen en uitwisselen en een aanbod organiseren”
  • actie 2019140217 ”Projecten van (MOS-)scholen ter ondersteuning van duurzame projecten en acties subsidiëren en opvolgen (Klimaatsubsidie)”;

Gelet op het “Provinciaal reglement betreffende de subsidiëring van vergroeningsprojecten van schooldomeinen” van 21 februari 2018;

Overwegende dat tot op heden i.h.k.v. dit subsidiereglement 85 scholen zich hebben aangemeld en 28 scholen formeel een subsidieaanvraag indienden (telkens voor nagenoeg het maximum toekenbare bedrag) die (mede door het intensieve begeleidingstraject in de aanvraagfase) administratief en inhoudelijk in aanmerking zouden kunnen komen voor een subsidie;

Overwegende dat er bijgevolg een grote vraag is van scholen naar vergroening van hun schooldomein;

Overwegende dat via het budget van 2018 (250.000,00 euro) en 2019 (250.000,00 euro) voor dit subsidiereglement 21 van de 28 subsidieaanvragen konden worden gehonoreerd, en dat 7 subsidieaanvragen niet konden worden gehonoreerd wegens een ontoereikend budget;

Gelet op de subsidies voor niet-genormeerde omgevingswerken bij het Vlaams Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGION) aan scholen voor investeringen in hun schooldomein;

Overwegende dat scholen de subsidies voor niet-genormeerde omgevingswerken van AGION ook kunnen aanwenden voor de vergroening van hun schooldomein;

Overwegende dat het aangewezen is de beschikbare budgetten over meer subsidieaanvragers te kunnen verdelen zodat de impact van het reglement in scholenaantal groter wordt;

Overwegende dat zulke herverdeling waarschijnlijk gerealiseerd kan worden door het maximum toekenbare bedrag per subsidieaanvraag te verlagen, door iedere school maar één keer in aanmerking te laten komen voor provinciale subsidiëring en door scholen met een volledig nieuwbouwdossier bij AGION uit te sluiten van provinciale subsidiëring;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot een wijziging van dit subsidiereglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 664020/2/0329/2MI0201o “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Overige vermindering van milieuverontreiniging/Klimaatsubsidie” van het budget en meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan de inrichtende macht van scholen (kleuter-, lager of secundair onderwijs) voor de realisatie van een natuurlijke inrichting van schooldomeinen op het grondgebied van de provincie Limburg met het oog op biodiversiteit, leernatuur, welbevinden en speelnatuur.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • Biodiversiteit: variatie aan planten- en diersoorten en leefgebieden, zoals inheemse bomen, struiken en bloemen, gevelgroen (klimplanten), een bloemenakker of bloemenweide, een poel, oude fruitrassen, voorzieningen voor wilde dieren als nestkastjes, bijenhotels, (niet-invasieve) voedselplanten, ... 
  • Speelnatuur: natuur(lijke elementen) om in en mee te spelen, zoals reliëf, bv. een speelheuvel of -helling, een wilgenhut of –tunnel, kampplaatsen, natuurlijke speelaanleidingen zoals houtstammetjes, bouwtakken of liggende boomstammen, een klauterparcours, een modderkeuken, … speeltoestellen voor zover ze gemaakt zijn van ecologische materialen en een relatief beperkt onderdeel zijn van een natuurlijke inrichting.  
  • Leernatuur: natuur om in en van te leren, zoals een schoolmoestuin, kleinfruit en fruitbomen, een amfitheater of buitenklas, kippen op school, … Ook heel wat voorbeelden onder biodiversiteit en speelnatuur kunnen zich hiertoe lenen.
  • Welbevinden: zich lichamelijk, geestelijk en sociaal goed voelen met voorzieningen als speelnatuur, rustige hoekjes, rustbankjes, esthetisch groen, … in een voldoende natuurlijk kader.
  • MOS: een educatief project om van scholen duurzame scholen te maken (zie www.limburg.be/mos).  
  • PNC: Provinciaal Natuurcentrum.
  • AGION: Vlaams Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs.
  • Niet-genormeerde omgevingswerken: werken aan of aanleg van toegangspaden, omheiningen, groen, hellingen, … dus de ”vergroening” van de speelplaats en de schoolomgeving met zachte materialen die meestal waterdoorlatend zijn.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de inrichtende macht zijn met één of meer vestigingsplaatsen van scholen op het grondgebied van de provincie Limburg die als MOS-school geregistreerd zijn
  • een maatschappelijke zetel hebben of een vestigingseenheid hebben die gevestigd is op het grondgebied van de provincie Limburg (B) die kleuter-, lager of secundair gewoon en/of buitengewoon onderwijs aanbiedt
  • nog geen subsidie toegekend hebben gekregen in het kader van dit subsidiereglement
  • in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag, geen kennisgevingsbrief van principeakkoord betreffende de toekenning van een subsidie voor niet-genormeerde omgevingswerken van AGION ontvangen hebben, voor een investering in het schooldomein van de vestigingsplaats waarvoor een provinciale subsidie wordt aangevraagd
  • voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project moet realisaties op het vlak van infrastructuur inhouden. Deze realisaties
    • moeten een duidelijke meerwaarde hebben voor de biodiversiteit in het algemeen en meer specifiek voor de inheemse of streekeigen fauna en flora, en
    • moeten educatie hierrond mogelijk maken of versterken in de klas- en schoolwerking, en
    • mogen bijkomend ook speelnatuur inhouden op voorwaarde dat de speelnatuur in het project in verhouding van een kleinere grootorde is
  • het project heeft een duurzaam karakter. Dit omvat duurzame materiaalkeuze, maar ook een haalbaar project met blijvende meerwaarde. Met een blijvende meerwaarde wordt bedoeld dat de inrichting zeker gedurende 7 jaar kan behouden worden. Een gedragen schoolvisie op een groene speelplaats en een participatief ontwerpproces zijn daartoe belangrijk
  • het project moet mee gepland, voorbereid en gerealiseerd worden door en op de vestigingsplaats waarvoor de subsidie aangevraagd wordt
  • het project moet een onderdeel zijn van een procesbegeleiding door MOS-Limburg. Een aanvraag tot subsidie kan pas na een intakegesprek door een MOS-begeleider.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het investeringsproject financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject financieel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project mag nooit voor meer dan 100 % gefinancierd worden.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan enkel elektronisch gebeuren.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:

Provinciaal Natuurcentrum
Craenevenne 86
3600 GENK
Tel.: 011 26 54 59
E-mail: pnc@limburg.be

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier
  • een begroting van ontvangsten en uitgaven van de investeringen
  • een verklaring op eer dat de btw niet kan gerecupereerd worden.
  • in geval van een dossier bij AGION: de kennisgevingsbrief van principeakkoord die de scholen ontvangen bij toekenning van een subsidie van AGION
  • een vergroeningsplan dat duidelijkheid geeft over de vergroeningsinrichting van het schooldomein, de plantkeuze (plantenlijst) en het onderhoud/beheer van de komende 5 jaar
  • een toelichting over het educatief gebruik dat duidelijkheid geeft over hoe de vergroening in de lessen gebruikt gaat worden
  • de visie van het schoolteam op een groene speelplaats: waarom willen wij een groene speelplaats, wat zijn de waarden die het team nastreeft?
  • inzage in het participatief (ontwerp)proces: wie is bevraagd op welke manier, wie zal verder betrokken worden?

Het aanvraagformulier en de modellen van de bij te voegen documenten zijn beschikbaar op de bovenvermelde website.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid binnen een termijn van 30 kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag bij het bestuur.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.

Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 9: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

Artikel 10: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag niet meer in aanmerking voor toekenning.

In voorkomend geval:

  • wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking
  • kan de aanvrager binnen de looptijd van dit reglement een geactualiseerde subsidieaanvraag indienen zodra er terug voldoende kredieten ter beschikking zijn (in een volgend budgetjaar of na een budgetwijziging); de aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst aan de voorwaarden vermeld in dit reglement.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 11: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 12: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt 90 % van de geraamde kosten die in het kader van dit reglement in aanmerking komen voor een subsidiëring. Bij de bepaling van het subsidiebedrag wordt rekening gehouden met volgende elementen:

  • projectkosten voor het opstellen van inrichtingsplannen en plantenlijsten kunnen in aanmerking komen met een maximum van 20 % van de totale nettouitgaven (uitgaven min inkomsten) en een maximum van 2.500,00 euro. Kosten hiervoor gemaakt vóór de toekenning van de subsidie door de deputatie, komen wel in aanmerking voor de bepaling van het subsidiebedrag
  • de uitvoering van de in het project voorziene infrastructuurwerken mag pas starten na de toekenning van de subsidie door de deputatie. Enkel de uitvoeringskosten gemaakt na de toekenning van de subsidie door de deputatie kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring
  • kosten voor eigen personeel komen niet in aanmerking
  • btw is enkel subsidieerbaar indien deze door de subsidieaanvrager niet kan gerecupereerd worden.

Artikel 13: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 15.000,00 euro per aanvraag.

Artikel 14: minimumsubsidiebedrag

Indien na toetsing en berekening het subsidiebedrag lager dan 5.000,00 euro is, zal de subsidie niet toegekend worden.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 15: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven betaald.

Een eerste schijf van 70 % wordt betaald bij de toekenning.

Het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in het volgende artikel zijn vervuld.

Artikel 16: voorwaarden tot betaling van het saldo

Binnen een termijn van 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van de toekenning van de subsidie, moet de aanvrager een aanvraag tot betaling van het saldo samen met de volgende documenten indienen:

een eindrapport met de volgende bewijzen van uitvoering:

  • tekst (max 1 zijde A4) met uitleg over het gelopen proces op basis van volgende vragen:
  • in welke mate is het vergroeningsplan gerealiseerd (helemaal, deels, welke wel en welke niet …)
  • in welke mate draagt de uitgevoerde speelplaats toe tot het realiseren van de visie op vergroening
  • in welke mate werd de vergroening al educatief gebruikt (concrete voorbeelden geven) en welke plannen zijn er nog om de vergroening educatief te gebruiken
  • bewijs hoe de logovermelding werd gewaarborgd door voorbeelden mee te sturen van vermelding op website, in schoolkrant, in persartikels en een foto die staaft dat het bord met het provincielogo aan de voorzijde van het gesubsidieerde bouwproject werd aangebracht
  • enkele foto’s die de investeringswerken of het resultaat ervan in beeld brengen
  • een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende afrekening van inkomsten en uitgaven waarbij de uitgaven worden gestaafd door verantwoordingsdocumenten (facturen, schuldvorderingen, kastickets, enz.)
  • een verklaring op eer dat de bestemming/inrichting van het vergroende schooldomein behouden wordt gedurende 7 jaar.

Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn cf. ondervermeld artikel 17. Hierdoor wordt ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag voor het saldo met eenzelfde duur verlengd.

Het saldo wordt zo spoedig mogelijk betaald na ontvangst van deze documenten op het adres vermeld in bovenvermeld artikel 6, na controle en aanvaarding van deze documenten en na een afzonderlijke beslissing van de deputatie. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • de vestigingsplaats waarvoor de subsidie aangevraagd werd mee te betrekken bij de realisatie van het project
  • de ambtelijke projectopvolger van het PNC op de hoogte te houden van het projectverloop. Deze projectopvolger is ook het aanspreekpunt bij vragen
  • een bord met het provincielogo aan de voorzijde van het gesubsidieerde bouwproject aan te brengen gedurende minstens 7 jaar. Dit bord wordt geleverd door de provincie
  • met de provincie Limburg afspraken te maken betreffende de perscommunicatie over het project
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen
  • het project binnen een termijn van 2 jaar na toekenning van de subsidie te realiseren. Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn, waarbij automatisch ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag voor het saldo (artikel 16) met eenzelfde duur wordt verlengd. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen bij het PNC met opgave van de reden en de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijnen
  • de bestemming/inrichting van het vergroende schooldomein te behouden gedurende 7 jaar.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf heden.

Artikel 21: opheffings- en overgangsmaatregelen

Het “Reglement betreffende de subsidiëring van vergroeningsprojecten van schooldomeinen” van 21 februari 2018 wordt opgeheven vanaf heden.

Subsidieaanvragen die werden goedgekeurd in het kader van het “Reglement betreffende de subsidiëring van vergroeningsprojecten van schooldomeinen” van 21 februari 2018 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 21 februari 2018. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 22: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2019-04-24

De provinciegriffier wd.,
Liliane Vansummeren

De voorzitter
Huub Broers